Nieuwsbericht

Drie decentralisaties in 2015

In Nederland kunnen inwoners in een kwetsbare positie rekenen op zorg en ondersteuning. Hier dragen veel overheidsinstanties en organisaties aan bij. Zo veel verschillende instanties, dat er sprake was van versnippering. Dat vroeg om verbetering

In Nederland kunnen inwoners in een kwetsbare positie rekenen op zorg en ondersteuning. Hier dragen veel overheidsinstanties en organisaties aan bij. Zo veel verschillende instanties, dat er sprake was van versnippering. Het rijk, de provincies, de gemeenten, zorgverzekeraars; ze waren allemaal in meer of mindere mate betrokken bij het organiseren van hulp. Hierdoor nam de regeldruk toe en is het voor inwoners lastig om ‘door de bomen het bos te zien’. Dat vroeg om verbetering.

Een tweede verbeterpunt was dan ook de toegang, de toegankelijkheid van zorg en ondersteuning. Tot voor kort werd dat vaak op afstand georganiseerd en is sprake van een redelijk eenzijdig proces. Bij zowel inwoners als professionals leefde de wens om dit anders te organiseren: lokaal, in gezamenlijk overleg en met ruimte voor de professional. De kans is groot, dat op die manier betere en efficiëntere zorg wordt geregeld.

Dat leidde tot de derde opgave: de financiën. De kosten van de langdurige zorg, de jeugdzorg en voor het bieden van ondersteuning bij werk en inkomen zijn de laatste jaren sterk gestegen. De zorg dreigde onbetaalbaar te worden en dus greep het rijk in. Het rijk heeft taken vanuit de landelijke overheid over naar gemeenten (en zorgverzekeraars) per 1 januari 2015 overgehveld. Mèt een flinke korting. Er wordt namelijk vanuit gegaan, dat gemeenten efficiëntere zorg regelen en meer dan voorheen de kracht van inwoners en hun netwerk aanspreken.

Nieuwe taken

Wat is er nu precies veranderd? De gemeenten hebben de volgende taken erbij gekregen:

  • Op het gebied van de langdurige zorg gaat het om begeleiding, kortdurend verblijf (logeren om overbelasting bij de mantelzorger te voorkomen) en aansturing bij persoonlijke verzorging). Deze taken komen onder de Wmo te vallen. De zorgverzekeraars krijgen als taak behandeling te bieden aan inwoners met psychische klachten en de thuiszorg (persoonlijke verzorging en verpleging);
  • Voor de jeugdzorg geldt, dat de gemeente integraal verantwoordelijk wordt: provinciale jeugdzorg, jeugdbescherming en – reclassering, de jeugd-GGZ (behandeling);
  • Daarnaast voert het rijk de Participatiewet in. Er komt een regeling aan de onderkant van de arbeidsmarkt voor inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt (WWB, Wsw, Wajong).

Kansen en bedreigingen

Het rijk kort de gemeenten flink op de nieuwe taken. Doorgaan op de manier waarop we dat gewend zijn kan dus niet. Gemeenten hebben in de aanloop naar 2015 in samenwerking met zorgaanbieders, zorgverzekeraars, werkgevers, verenigingen en tal van andere organisaties onderzocht hoe zorg en ondersteuning het beste kan worden gegeven. Het feit dat deze taken nieuw zijn voor de gemeenten en er veel minder geld meekomt, zijn uitdagingen. Door samen te werken en kritisch te kijken naar hoe de dingen zijn georganiseerd, is er wel verbetering mogelijk.

De decentralisaties bieden dus ook kansen. De gemeente is voor een aanzienlijk deel verantwoordelijk. De versnippering wordt teruggedrongen en de mogelijkheden om integraal te werken nemen toe. Hierdoor kan ook de dienstverlening naar inwoners toe verbeteren. Daarnaast komt er een kanteling in het denken. Niet langer staan beperkingen en problemen centraal, maar wordt uitgegaan van de mogelijkheden van inwoners: de eigen kracht en de hulp van het eigen netwerk. Kwetsbare inwoners krijgen ondersteuning om (weer) volledig mee te kunnen doen in de lokale samenleving.

Samelvingsloket

Wat betekenen de veranderingen nu precies voor u? Mensen die al vóór 1 janauri zorg ontvingen gaan over eventuele persoonlijke veranderingen in gesprek met de gemeente. Tot die tijd (uiterlijk op 31 december 2015). loopt de zorg gewoon door. Over praktische veranderingen zoals het trekkingsrecht bij PGB, zijn betrokkenen zo goed mogelijk geïnformeerd. Wanneer u als inwoner van Beesel op dit moment een nieuwe ondersteunings- of hulpvraag heeft op het gebied van Wmo, jeugdhulp of werk en inkomen, kunt u deze vraag stellen bij het samenlevginsloket. Het samenlevingsloket is gevestigd in gezondheidscentrum Pro Vita: Broeklaan 4 in Reuver. Het samenlevingsloket is iedere werkdag tussen 9.00 en 10.30 uur open. U kunt het loket ook telefonisch of per mail bereiken via 077 474 9292 of samenlevingsloket@beesel.nl.